Door een petitie met tienduizend handtekeningen die vorige week werd ingediend, stemt Gent eind mei opnieuw over het hoofddoekenverbod.
GENT - De liberale denktank Liberales, die onder andere de drie Gentse Open Vld-schepenen Mathias De Clercq, Sofie Bracke en Christophe Peeters in haar rangen telt, roept het Gentse stadsbestuur vrijdag in een open brief op om het hoofddoekenverbod voor stadspersoneel niet op te heffen. 'Ik twijfel eraan of onze bevolking aan het loket bediend wil worden door ambtenaren die een T-shirt dragen met het opschrift "God bestaat niet" of “Ik stem op…", want dit moet en zal dan uiteraard ook kunnen gebeuren', zegt auteur Philipp Bekaert.
De Gentse gemeenteraad stemt op 27 mei over het hoofddoekenverbod bij stadspersoneel. Door een petitie met meer dan tienduizend handtekeningen die het Minderhedenforum inzamelde komt het huidige reglement dat een hoofddoek bij stadspersoneel verbiedt, opnieuw ter stemming voor op de gemeenteraad.
Verwacht wordt dat SP.A en Groen - samen goed voor 26 van de 51 stemmen - het verbod weg zullen stemmen. Open VLD, N-VA en Vlaams Belang zullen waarschijnlijk voor het verbod stemmen. CD&V laat nog niet in haar kaarten kijken.
Het debat over de hoofddoeken woedt naar aanleiding van de actie van het Minderhedenforum opnieuw volop in Gent. Naast de tienduizend Gentenaars die hun handtekening zetten, gaan er ook heel wat stemmen op om het verbod aan te houden.
Vrijdag publiceerde de liberale denktank Liberales, waar onder andere Gents Open Vld-schepenen Mathias De Clercq, Sofie Bracke en Christophe Peeters deel van uitmaken, bij monde van Philipp Bekaert onderstaande open brief gericht aan het Gentse schepencollege.
Hieronder de volledige open brief van Liberales
Geachte heer Burgemeester, geachte Schepenen van de Stad Gent,
Ik verneem dat de Gemeenteraad het verbod op het dragen van levensbeschouwelijke tekens voor bepaalde ambtenaren wil opheffen. Dit zou kaderen in een actie om van Gent de meest progressieve stad van Vlaanderen te maken.
De beslissing van het College van een stad als Gent zal ongetwijfeld spraakmakend zijn en een invloed hebben op gelijkaardige discussies in de rest van het land. Om die reden wil ik graag mijn bescheiden bijdrage tot het democratische debat leveren.
Het opheffen van het verbod op het dragen van levensbeschouwelijke tekens voor ambtenaren houdt immers het gevaar van een ondergraving van het “laïciteitsprincipe” in. Het concept “laïcité” (vaak onvolledig vertaald met “scheiding tussen staat en kerk”) is een emancipatorisch principe van de Verlichting dat in Frankrijk zelf zeer onvolmaakt werd verwezenlijkt.
In België bestaat het niet officieel – maar door een historische en democratische evolutie bepaalt dat concept wat voor een overgrote meerderheid van de Europese burgers de relatie tussen “de Staat” (de institutionele sfeer) en “de Kerk”(persoonlijke levensbeschouwingen) idealiter dient te zijn.
Het “laïciteitsprincipe” wordt samengevat als volgt: De Staat kent de verschillen tussen zijn burgers, maar erkent ze niet. Wanneer iemand “de Staat” vertegenwoordigt, voor een politiek mandaat verkozen of voor een administratieve functie benoemd wordt, dan gebeurt dit ten individuelen titel als burger, en niet als lid van een particuliere gemeenschap (partij, religieuze groep of derg.).
Dit is o.a. de reden waarom een parlementslid zijn persoonlijke mandaat houdt, ook wanneer hij midden in een legislatuurperiode van partij verandert. Het is ook de reden waarom bij ambtenaren (d.w.z. vertegenwoordigers van “de Staat”) elk vermoeden van partijdigheid moet worden vermeden, o.a. via een verbod van politieke of levensbeschouwelijke “statements”.
Partijen, religieuze gemeenschappen en alle vormen van particuliere gemeenschappen zijn “privé-initiatieven” van burgers, die eventueel als rechtspersonen mogen handelen: ze horen dus thuis in de privésfeer en eventueel in de openbare ruimte (d.w.z. “op straat”, als burger op het gemeentehuis, als burger in de rechtbank en derg.), maar niet in de institutionele sfeer wanneer iemand “de Staat” vertegenwoordigt (d.w.z. als ambtenaar op het gemeentehuis of als rechter in de rechtbank).
Die “privatisering” van particuliere gemeenschappen is de enige manier om burgerrechten te individualiseren: alleen individuele burgers mogen de Staat vertegenwoordigen, geen “groepen van burgers” die over een vooraf vastgelegd aantal “gereserveerd posten” zouden beschikken.
Dit is de enige manier om de in de Grondwet verankerde gelijkheid van alle (individuele) burgers voor de wet te garanderen. Het laïciteitsprincipe, de “scheiding tussen kerk en staat”, is dus een uiterst progressief en emancipatorisch principe dat over de laatste eeuwen, sinds de godsdienstoorlogen en zeker sinds 1789, niet alleen in levensbeschouwelijk opzicht voor een zekere civiele vrede heeft gezorgd, maar levensbeschouwelijke minderheden (historisch gezien o.a. de joden in Frankrijk onder Napoleon, maar ook protestanten en niet-gelovigen) wijd de deuren naar volwaardig staatsburgerschap heeft geopend – in hun eigen ogen én in die van hun medeburgers.
Het houdt in dat de Staat zich niet bezighoudt met de verschillende levensbeschouwingen van zijn individuele burgers en dat individuele burgers die een staatsmandaat bekleden, een absolute terughoudendheid in levensbeschouwelijke aangelegenheden aan de dag leggen.
Sommige Staten doen net het omgekeerde en proberen één of meerdere levensbeschouwingen te bevoordelen (“staatsatheïsme” in de voormalige Sovjet-Unie, “confessionele pariteit” in Libanon…) – met de bekende gevolgen voor de civiele vrede en individuele burgerrechten, vooral van levensbeschouwelijke minderheden.
Het laïciteitsprincipe mag dus niet zomaar overboord gegooid worden, vanuit overwegingen die op het eerste gezicht democratisch lijken maar in feite demagogisch geïnspireerd zijn.
Het lijkt democratisch om een verbod op te heffen, maar in feite wordt hierdoor aan de zorgbehoevende (de burger die zich tot zijn gemeentebestuur richt) door de zorgverstrekker (de ambtenaar die “de Staat” vertegenwoordigt) de uitdrukking van een particulier levensbeschouwelijk normenstelsel opgelegd.
Het lijkt als respect voor de “vrije keuze” (van de ambtenaar) het dragen van levensbeschouwelijke tekens toe te laten, maar in feite is het een gebrek aan respect voor het recht van de burger in de institutionele sfeer niet te worden geconfronteerd met de individuele levensbeschouwelijke keuzes van iemand die “de Staat”, en dus de hele gemeenschap, vertegenwoordigt.
Het lijkt democratisch om levensbeschouwelijke tekens toe te laten, maar in feite discrimineert men hierdoor de facto de minder “ostentatieve” levensbeschouwingen: ik denk hier bv. (maar niet alleen) aan nietgelovigen, die hun levensbeschouwelijke overtuiging weliswaar kunnen kenbaar maken, maar dan een verhoogd risico lopen dat dit als provocatie wordt aanzien, zoals het incident met Frank Sweijd op 24 juni 2009 in het Brussels Parlement heeft aangetoond.
Het lijkt tot een grotere wederzijdse aanvaarding bij te dragen wanneer men aan ambtenaren het dragen van levensbeschouwelijke tekens toelaat, maar ik twijfel eraan of een meerderheid van onze bevolking aan het loket bediend wil worden door ambtenaren die een T-shirt dragen met het opschrift “God bestaat niet” (of straks ook “Ik stem op…”), want dit moet en zal dan uiteraard ook kunnen gebeuren.
Geachte heer Burgemeester, geachte Schepenen van de Stad Gent, ik hoop van harte dat u in deze geen lichtzinnige, door kortzichtige belangen geïnspireerde beslissing zult nemen.
Met de meeste hoogachting
Philipp Bekaert.
Reactie: Ik kan mij voor 100% vinden in dit schrijven ,maar ik verwacht weinig goeds en dus on- democratisch stemgedrag van de huidige meerderheid ( rood/ groen) die om partij-politieke redenen "moeten" stemmen voor de afschaffing van het verbod , op straffe van uit de partij gezet teworden bij niet naleving.
Don Viona
Labels: emancipatorisch principe, groen, hoofddoekenverbod, laïciteitsprincipe, Liberales, open brief, open vld, partijdigheid, SP.a, stadspersoneel, verlichting